‘Opa had een zwaar leven gehad. Werken.’

“Jan, het is Jan. Natuurlijk is het Jan”. Opgelucht haal ik weer dieper adem als de naam eindelijk binnen flitst. Wie vergeet nou de naam van zijn opa? Ik vergeef mezelf al gauw met een paar niet hardop uitgesproken argumenten. De belangrijkste is dat voor veel kinderen opa gewoon opa is. Je gebruikt de naam eigenlijk nooit.

Al, zo bedenk ik, ken ik die van mijn andere opa wél uit het hoofd. Wilhelmus Gerardus Theodorus. Wim. Opa Wim, zo noemden we ooit nog een konijn toen het menselijke equivalent net was overleden, een eerbetoon. Van de vader van mijn moeder wist ik veel, we belden iedere maandag over de prestaties van Feyenoord en om de een of andere reden weet ik zelfs de slotcode van zijn blauwe hardplastic koffer nog: 141. Naar het huisnummer, geen sterke keuze bedenk ik nu.  

Van opa Jan weet ik maar weinig. Hij is de vader van mijn vader en ik heb hem nooit gekend. Al jaren voor mijn geboorte overleed hij, een dag na zijn eigen 59e verjaardag. Onderaan de trap in mijn ouderlijk huis hing altijd een bruin houten lijstje met daarin een foto van hem. Een priemende, serieuze blik die me aankeek als ik op een van de onderste traptreden zat. We ontwikkelden een band, die foto en ik. Hij hing er altijd en ik zat er regelmatig. Als ik voor straf de gang op moest of wanneer ik over het nog redelijk onbezorgde leven zat na te denken op de vierde trede, mijn favoriete. Aan mijn vader vroeg ik eens wat er gebeurd was, en later nog eens, en nog eens. De antwoorden waren altijd kort. Opa had een zwaar leven gehad. Als jonge tiener moest ‘ie naar Duitsland, werken. Lopend was hij weer teruggekomen. Nooit veel over gezegd. En oh ja, hij had het daarna aan zijn hart gehad. En dat zwakke hart was ‘m fataal geworden.

Een jaar of 33 nam ik genoegen met het verhaal, hoe bondig en summier ook. Zo nu en dan herhaalde het gesprek zich nog eens, rond Dodenherdenking of als mijn vader en ik het hadden over een luchtfoto van Rotterdam, van net na de oorlog. “Opa had een zwaar leven. Als jonge tiener naar Duitsland. Werken.” Enzovoorts. Altijd even kort, min of meer hetzelfde verhaal. Het is te weinig, realiseerde ik me op een dag. Ik wil begrijpen waar ik vandaan kom en ik wil weten waar niet over gepraat werd. Ik wil de priemende ogen op die foto doorgronden, ik wil snappen wat er gebeurd is. Ik wil die band tussen mij en opa verdiepen.

Een politiedossier uit Kassel waarin de naam van mijn opa voorkomt

En dus google ik op een dag – als ‘ie eindelijk weer in mijn hoofd tevoorschijn komt – zijn naam. Jan Mastik. Dezelfde opvallende achternaam als ikzelf. Pagina’s met vage buitenlandse webadressen trekken voorbij. Van stadsarchief naar Nationaal Archief en van Rode Kruis-documenten naar dagboekverslagen. Het levert niets op. Ik denk aan hoe vaak mijn naam fout wordt gespeld, oh man. ‘Mastiek’ dan, zoals het vaak wordt uitgesproken. Scan, scan, scan. Niets. ‘Mastick’ dan. Bingo. Tussen wat gezinskaarten vind ik een dossier van 9. Polizei Revier Kassel. Op pagina 36 van het 118 bladzijdes tellende document: Johannes Mastick, geboren op 18-11-1924. Ingeschreven: 26-6-1943. Uitgeschreven: 25-5-1944.

https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.19.323/invnr/986/file/NL-HaNA_2.19.323_986_0036?viewer=true : Als 18-jarig ventje naar Duitsland in de oorlog

Veel is het niet, maar ik weet nu wel waar ‘ie elf maanden zat. In het Duitse Kassel, een belangrijke stad in de Duitse oorlogsindustrie. Een jongen die nog maar net volwassen was moest aan de slag voor de vijand. Hoe kwam ‘ie daar? Was hij met bekenden? Wat moest hij doen? Hoe zag zijn leven eruit? Hielp hij de vijand? Had hij nee kunnen zeggen? Ik besloot vorige week op zoek te gaan naar sporen van die uitgewiste geschiedenis. Op naar Kassel, op naar het verhaal achter die foto op de gang bij mijn ouders. Vanavond denk ik aan hem, en aan al die andere amper volwassen jongens die op een trein of boot stapten en terecht kwamen in een belangrijk doelwit van de geallieerden. Ik denk aan mijn opa Jan – half zo oud als ik nu ben – die waarschijnlijk deed waarvan hij dacht dat dat het beste was. Die volgens het verhaal lopend terugkwam.

De komende tijd ga ik op zoek naar meer aanknopingspunten over zijn jaar in Duitsland. Ik deel hier de resultaten van mijn zoektocht in Kassel, de middagen in het gemeente- en Nationaal Archief en de talloze online speursessies. Alles om die ene zwartwitfoto op de gang een beetje in te kleuren.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *